Richtlijn Arbeidsmiddelen
De Richtlijn Arbeidsmiddelen is onderdeel van de Europese Kaderrichtlijn (89/655/EEG en 95/63/EG). Het doel van de Kaderrichtlijn en de Richtlijn Arbeidsmiddelen is om het arbeidsmilieu te verbeteren, ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.
De Richtlijn Arbeidsmiddelen heeft veel overlappingen met de Machinerichtlijn (onderdeel van de product richtlijn), met het verschil dat de Kaderrichtlijn en de Richtlijn Arbeidsmiddelen bedoeld is voor beroepsmatige gebruikers. De machinerichtlijn richt zich tot fabrikanten (ook 'zelfbouwers').
De Richtlijn Arbeidsmiddelen is door de Nederlandse overheid geïmplementeerd en heeft wetskracht door de gewijzigde Arbo-wet. De Arbo-wet eist van werkgevers dat zij in het bezit zijn van een risicobeheersplan en dit plan actief gebruiken. Het geëigende middel om te komen tot een adequate risicobeheersing is een Risico- Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). In de Richtlijn Arbeidsmiddelen is de verplichting opgenomen voor een RI&E gespecialiseerd op arbeidsmiddelen die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld worden.
Voor alle duidelijkheid: zowel de Richtlijn Arbeidsmiddelen, als de Machinerichtlijn als de Arbo-wet zijn als wet van kracht!
De ondernemer die zich niet op de hoogte stelt van de eisen in de Europese richtlijnen die op zijn arbeidsmiddelen van toepassing zijn, loopt grote risico’s. Het risico is evenwelgroter als de RI&E en eventuele aanpassingen nog moeten worden uitgevoerd. De wettelijke verplichtingen enerzijds en de afbouw van de sociale zekerheid van de werknemer anderzijds, zorgt ervoor dat werknemers die getroffen worden door arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval grond hebben voor hogere claims dan vroeger het geval was.
Alle ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen dienen sinds 1 januari 1997 te voldoen aan de opgenomen minimumvoorschriften van de Richtlijn Arbeidsmiddelen.
• Arbeidsmiddelen dienen te voldoen aan de van kracht zijnde product richtlijnen, zoals Machine -, Laagspanning- en EMC- richtlijnen (dus voorzien zijn van een CE- markering) en aan de minimumvoorschriften uit de Richtlijn Arbeidsmiddelen, voor zover product richtlijnen niet van toepassing zijn.
• Machines die ná 31 december 1994 in gebruik zijn genomen, dienen te voldoen aan de Machinerichtlijn en overige product richtlijnen (doorgaans herkenbaar aan een CE- markering) en aan de minimumvoorschriften uit de Richtlijn Arbeidsmiddelen.
Verplichtingen van de werkgever
Het Besluit Arbeidsmiddelen (Arbo-wet 14-10-93 #537) bevat verschillende verplichtingen. De belangrijkste zijn:
De werkgever moet de gebruiksrisico’s van arbeidsmiddelen inventariseren, evalueren, en risico’s reduceren (art. 9 89/391/EEG Kaderrichtlijn), met het oog op hun geschiktheid voor het uit te voeren werk. Deze verplichting valt samen
• met art. 4 Arbo-wet, dat een algemene verplichting van de werkgever bevat tot waarborging van de veiligheid en gezondheid van de werknemers op de werkplek. Deze inventarisatie en evaluatie van risico’s (RI&E) moeten schriftelijk zijn vastgelegd.
• Inspecties dienen door een deskundig persoon te worden uitgevoerd. Deskundig in de zin van de wetgeving en de praktijk. De Richtlijn Arbeidsmiddelen kent (nog) geen keuringsinstituten.
• Een RI&E voor het eerste gebruik geldt voor arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie.
Voorbeelden: onjuiste geplaatste of functionerende noodstoppen, onjuiste montage of verkeerd geplaatst overdrukventiel, etc..
• Ook arbeidsmiddelen onderhevig aan invloeden die leiden tot verslechtering van de veiligheid (slijtage, vervuiling, vermoeiing, etc.) dienen periodiek te worden gekeurd. (art. 4bis, 95/63/EG R.A.). Zolang een arbeidsmiddel in gebruik blijft, moet de werkgever door adequaat onderhoud zorgen dat het blijft voldoen aan de veiligheidseisen, die van toepassing waren bij eerste beschikbaarstelling (art. 4.2 95/63 R.A.). Dit betekent dat het arbeidsmiddel gedurende de gehele gebruiksduur steeds zal moeten voldoen aan de minimum eisen. Uit deze verplichting wordt ook de regel afgeleid dat een aanpassing/modernisering van een arbeidsmiddel er niet toe mag leiden dat het minder veilig wordt.
• Het gebruik, de reparatie, de aanpassing en het onderhoud van arbeidsmiddelen met specifieke gevaren, blijft voorbehouden aan werknemers met specifieke bekwaamheid. In dit verband moet gedacht worden aan de noodzaak van opleiding en ervaring (art. 5 en 7 van 95/63 R.A.).
• Alle werknemers moeten de informatie, gebruiksaanwijzingen en zonodig opleiding krijgen, die nodig is voor het veilig gebruik van de op het werk gebruikte arbeidsmiddelen.
Verplichtingen uit de ARBO wet
Werkgevers worden door de Arbo-wet verplicht zorg te dragen voor de veiligheid van hun materieel. Werknemers moeten erop kunnen vertrouwen dat het materieel waar zij mee werken veilig is. Het is de taak van de werkgever om dit aan te tonen. Werkgevers krijgen in toenemende mate de verantwoordelijkheid toegeschoven voor ongevallen waarbij technische voorzieningen een rol spelen. Op verzoek van de arbeidsinspectie dient de werkgever aan te tonen dat deze al het mogelijke heeft gedaan om de veiligheid van het aanwezige materieel te waarborgen. Dit wordt tevens geëist vanuit VCA. Een officieel keuringsrapport van een COM - VCA - Keuringsbedrijf is in dit kader de beste vrijwaring.
Wettelijke kader
Voor het overgrote gedeelte wordt u geconfronteerd met de NEN 3140 keuringen als voortvloeisel uit wet- en regelgeving. Te denken valt natuurlijk in eerste instantie aan de Arbo-wet. Echter ook buiten de wetgeving om kunt u geconfronteerd worden met de eis dat uw apparatuur gekeurd moet zijn. De belangrijkste voorbeelden zijn de kwaliteitssystemen, zoals VCA, die keuring als eis stellen voor certificering. Eisen van de kant van uw klant komen ook steeds vaker voor.
De volledige tekst van de norm is uiterst omvangrijk. Dit gegeven en het feit dat er natuurlijk rechten op de uitgave van de norm rusten, maakt het onmogelijk u hier de hele norm te presenteren. Wij geven u een korte samenvatting van de eisen in de norm. Wij sluiten echter alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot het onjuist of onvolledig zijn van deze tekst. De tekst is echter met de grootste zorg samengesteld. Voor de volledige tekst van de norm verwijzen we naar de site van het Nederlands Normalisatie Instituut: www.nen.nl
De NEN3140 norm bevat meer dan alleen het keuren van handgereedschappen.
Elders op deze site treft u ook de keuring van complete, vaste elektrische installaties aan. Overigens is de keuring van handgereedschappen eigenlijk ook niet de juiste benaming omdat de officiële aanduiding, arbeidsmiddelen, meer omvat dan alleen gereedschappen. In ieder geval gaat het om slechts een gedeelte van de totale norm. Vanuit andere normen kan dan weer verwezen worden naar de NEN3140 norm. Denk daarbij aan de Arbo-wet die expliciet verwijst naar deze norm.
Keuring arbeidsmiddelen
Arbeidsmiddelen
Onder de keuring volgens de NEN 3140 wordt verstaan de inspectie van elektrische arbeidsmiddelen. Dit zijn onder andere:
Om het op een meer populaire wijze te zeggen, alle apparaten waar werknemers mee in aanraking komen en waaraan een stekker bevestigd is.
Het dient overigens wel nog gezegd te worden dat het hierbij gaat om bedrijfsmatig gebruik van bovengenoemde arbeidsmiddelen, en dus niet de apparatuur die door iemand in de privé sfeer wordt gebruikt.
Procedure
De keuring aan een gereedschap moet aan een bepaald aantal eisen voldoen. In de NEN3140 norm is natuurlijk precies omschreven wat gekeurd en geïnspecteerd moet worden. Aan de hand van deze punten kun je dus een procedure volgen die zorgt dat elk van deze punten nauwkeurig wordt beoordeeld.
Zeker bij elektrisch gereedschap is het mogelijk om diverse keuringspunten door middel van metingen objectief te beoordelen. Echter niet alles is te meten. Een gedeelte van de inspectie zal dus puur visueel moeten gebeuren.
Visuele controle
Bij een keuring wordt een apparaat in eerste instantie aan een visuele controle onderworpen. Hierbij wordt een apparaat uitwendig bekeken op eventuele gebreken, er wordt daarbij gelet op:
• De staat van het aansluitsnoer.
• De juiste aansluiting van de kabel.
• De degelijke montage van de uitwendige onderdelen.
• Beschadigingen aan het huis en/of de bedieningsorganen.
• De conditie van het apparaat: schoon en droog.
Meting en beproeving
Naast de visuele controle wordt een apparaat doorgemeten met gekalibreerde meetinstrumenten.
Hierbij wordt de weerstand van de eventuele beschermleiding (aarding) gemeten, deze moet voldoende laag zijn om een goede beveiliging van het gebruik te kunnen garanderen.
Verder wordt de isolatie weerstand gemeten tussen de stroomvoerende geleiders in de kabel onderling, en van de stroomvoerende geleiders en de behuizing, waarvoor geldt dat deze voldoende hoog moet zijn.
Ook wordt het arbeidsmiddel beproefd op een deugdelijke werking.
Enkele voorbeelden van te keuren objecten.
- elektrische handgereedschappen
- verplaatsbare elektrische werktuigen
- handlampen en andere verplaatsbare lampen
- verplaatsbare leidingen, zoals verlengkabels en kabelhaspels
- verplaatsbare schakel- en verdeelinrichtingen, zoals bouw- en zwerfkasten
Meetapparaat
Om een juiste meting van arbeidsmiddelen te kunnen garanderen wordt gebruikgemaakt van een speciaal meetapparaat waarbij de weerstand van de beschermingsleiding met een voldoende hoge stroom wordt gemeten om een juist beeld te krijgen van eventuele onvolkomenheden in de beschermingsleiding.
Dit geldt uiteraard ook voor de isolatieweerstand van de stroomvoerende geleiders in de kabel onderling, en van de stroomvoerende geleiders en de behuizing.
Al de gemeten gegevens worden vast gelegd in de rapportage.
Mocht het gereedschap goedgekeurd zijn, dan wordt op dit gereedschap een sticker geplakt waarop te zien is tot welke datum het gereedschap gekeurd kan worden geacht. Na deze datum is dit niet het geval en bent u dus in overtreding.